We hebben een monster gecreëerd

Hoe sociale Media en hun algoritmes het volk verdelen

Er was eens een nuchter volkje dat van een naburige koning een klein draakje cadeau kreeg. Het was een onschuldig klein ogend monstertje dat gevoed moest worden met schattige kattenfilmpjes, vakantiefoto’s en hier en daar een tegeltjeswijsheid. 
Het volkje genoot ervan en de mensen hadden voor het eerst het idee dat er reden was voor hun bestaan. Het draakje voeden! Vol overgave stopten ze van alles in zijn kleine gretige muiltje. 

Likes
Maar het draakje groeide heel snel en zijn honger was moeilijk te stillen. Hij werd veeleisend en het volkje had er de handen aan vol. Iedereen deed zijn uiterste best het draakje tevreden te stellen. Als beloning voor alles wat ze in zijn muil stopten, kregen ze steeds een dikke like. En dat voelde heerlijk! 

Iets pittigers
Op een dag, toen de voorraad grappige filmpjes, wijsheden, persoonlijke ontboezemingen en saaie nieuwsfeiten hem de neus uit kwamen, eiste hij iets pittigers dan al die obligate nonsens. Hij had zijn zinnen gezet op sensatieverhalen, leugens en geheimen. Vooral ijdelheid, narcisme en fake-nieuws vond hij gaaf. Daar kon hij wel wat mee. Ook was hij dol op zelfverklaarde goeroes, demagogen en hun volgelingen, die hij als trofeeën zijn hol binnensleepte. 
Boude stellingnames en halve waarheden propte hij gretig in zijn bek en kotste vervolgens iedere willekeurige oprisping gretig terug. 

Ik besta!
Het volkje begon de draak te vereren. Men keek wel tien keer per dag hoe het met hem was. En hoe meer men keek, hoe meer er geliket en gedeeld en gekotst werd, hoe groter de instemming. Ego’s groeiden en zwollen op tot gigantische proporties, net als de draak zelf. Eindelijk erkenning. Kijk eens hoeveel volgers. Ik heb gelijk! Mensen vinden mij leuk. Ik besta!!!

Gif
Tot op een dag het volkje zich begon te realiseren dat de draak stiekem over een geheim gif beschikte, genaamd algoritme. Iedereen die maar enigszins in de buurt van de draak kwam, werd geïnfecteerd door dat geniepige gif, zonder dat ze dat aanvankelijk in de gaten hadden. Het gif werkte als een verslavende drug. Iedereen die ermee in aanraking kwam, voelde zich voor korte tijd geweldig en gerespecteerd. Men snapte ineens alles, maar zodra die roes ophield, wilde men al snel meer… 

Het gif verspreidde bovendien een virus, het zogenaamde argwaanvirus. Dat virus zorgde ervoor dat niemand elkaar nog vertrouwde en de boel uit elkaar begon te vallen en destabiliseerde.

Bij analyse in een lab bleek dat het virus bestond uit kleine deeltjes wantrouwen, eenzaamheid, frustratie en miskenning. Het gif deed de woede van het volkje groeien, maakte velen stekeblind, anderen kregen er pukkels van of een allergische reactie. Weer anderen werden heel boos en gingen demonstreren tegen alles waar je maar tegen demonstreren kon. 

De draak intussen, rolde genoegzaam in zijn eigen drek en gromde van genoegen nu de verdeeldheid, buiten hem om, op straat werd uitgevochten. 

(c) Mieke Bouma