Ik ga op reis, en ik neem mee…

door Mieke Bouma

Over perspectieven en verbeelding

Een parabel:
Twee mannen zitten in een cel. Een grote en een kleine man. De cel is duister. Maar helemaal bovenin bevindt zich een piepklein raampje, met tralies.
Iedere ochtend neemt de grote man de kleine man op zijn schouders zodat de kleine man door het raampje naar buiten kan kijken. En de kleine man vertelt dan wat er allemaal te zien is door het kleine raampje. Hij vertelt over de warm gele gloed van de zomerzon, de kleuren van de herfst, hij beschrijft de stille winterlandschappen, de lammetjes in de lente wei. Hij vertelt over mensen die hij voorbij ziet komen. Jonge mensen, oude mensen. Fietsers, wandelaars. Over liefde, ongelukken en verlangens.
En de grote man luistert en glimlacht.
Op een dag gaat de kleine man dood. (Of hij wordt vrijgelaten, dat doet voor het verhaal niets ter zake.) En vanaf dat moment moet de grote man het zonder hem en zijn verhalen stellen. Hij teert langzaam weg. Een bewaker vraagt hem op een dag wat hem scheelt. De grote man wijst naar het raampje en legt uit dat hij zo graag nog eens naar buiten zou willen kijken. De bewaker brengt hem een laddertje. De grote man beklimt vol verlangen de steilen. Hij kijkt …. en ziet een muur.
Verbeeldingskracht en verlangen
Dit is een klein maar groot verhaal. Het gaat over wat ons in leven houdt en in beweging brengt: perspectief en verbeeldingskracht.
Of zoals Saint Exupéry ooit zo mooi omschreef: ‘Als je een schip wilt bouwen, vraag de mensen dan niet om hout te verzamelen, maar roep in hen het verlangen wakker naar de eindeloze zee.’

Read more