En toen schreef ik ‘paperplic’

door Evert van Walsum

Ik stap uit de intercity en mijn schoenzolen maken contact met de perronvloer op Amsterdam Centraal. Het station is pas nog vernieuwd, de 21e eeuwse OV poortjes wurmen zich in de 19e eeuwse onderdoorgang.

Het ziet er ongelooflijk klunzig uit maar de stad stelt me gerust: al het ongemak is tijdelijk. De vloer is merkwaardig schoon. Er ligt nauwelijks rommel. Dat is jammer, ik buk graag om dingen op te rapen. Ik kijk naar mijn schoenen en zoek er dan schatten bij. Ik vind alleen een weggegooid servet en een paperplic.

Geërgerd staar ik naar het papier want ik heb net paperplic geschreven. Het gebeurt tijdens een oefening flow schrijven, een techniek die ik tijdens de cursus Storytelling heb geleerd. Die vergissing leert me hoe ik schrijf en het leermoment is pijnlijk. Ik schrijf namelijk met een pen in mijn linkerhand van links naar rechts tot ik kramp krijg in het vingerkootje van mijn duim. Wanneer het schrijven niet meer gaat pak ik de pen over met mijn rechterhand. Met rechts werkt de linkerhersenhelft het best en ik zit verwachtingsvol in de creatieve modus. De schrijffout ontstaat precies op het moment van overpakken. Zo heb ik blijkbaar mijn hersens om de tuin geleid en struikel over een losliggend woord op het perron: paperplic. Ik zoek het woord op op Wikipedia. Het betekent iets met hersenhelften, brainwaves, het loslaten van structuur en het laten stromen van de associatieve, vrije creativiteit. Die stroomt vrijuit, ik voel het van links naar rechts klotsen in mijn hoofd. Het klinkt allemaal mooi. Het verklaart alleen nog niet waarom ik paperplic schreef.

Die blessure aan het vingerkootje doet pijn bij het schrijven. Zomaar. Er is niets gebroken, er is niets gekneusd, er is niet eens iets onherstelbaars te zien. Ik heb een vermoeden hoe het gekomen is. Maar ik weet het niet zeker. Het is daarom een vermoeden van vermoeden. Zou het komen omdat ik elk uur van de dag wel even achter de pc zit, met mijn hand op de muis en de kat aan mijn voeten? Ik doe de muis weg en schrijf verder met mijn middenvinger op het touchpad maar de pijn blijft als een ijspriem steken tussen de botjes in mijn hand. Als het niet aan de muis ligt moet het aan de kat liggen. Zij schurkt zachtjes om mijn enkels en ik laat haar daarna spelen met de dode kikkers in mijn tuin. Waarom zou ik eigenlijk mezelf zo pijnigen door met de hand te schrijven terwijl het warme bad van afwaswater in de gootsteen wacht…

Goed, ik schreef paperplic, maar niet getreurd. Ik heb er drie dingen van geleerd. Schrijven met een pen is goed voor de fijne motoriek. Lezen met een bril is goed voor de kleine lettertjes. Veel praten geeft een frisse mond. Ik schrijf een heleboel woorden maar de lijn ontbreekt. Ben ik nu toch aan het flow schrijven? Wat hadden Mieke en Marciel ook alweer gezegd? Het gaat om het schrijven, niet om het resultaat. Het resultaat gooi je weg. Het lijkt een vreemd advies op een schrijfcursus maar de boodschap is duidelijk. Niet de woorden zijn het resultaat, niet de zinnen. De enige betekenis van wat ik heb geschreven, vind ik in de vrijheid van het schrijven zelf.

Evert van Walsum

 

“Ik ben ontwikkelingsdeskundige en mijn werk speelt zich voornamelijk af in Afrika. Daar heb ik het grootste deel van mijn professionele loopbaan gewoond, meestal in gebieden die in de media als ´niet zo makkelijk´ bekend staan vanwege bijvoorbeeld oorlogen of droogte. Tegenwoordig ben ik zelfstandig consultant en schrijf adviezen, plannen en projectvoorstellen. Ik schrijf graag en vaak, professioneel en ook privé als uitlaatklep. Storytelling is voor mij een manier om een boodschap over te brengen, wervend, helder en begrijpelijk – met behoud van emotie. Ik volg de cursus Storytelling om aan mijn schrijftechniek te werken, met een nadruk op de opbouw van het verhaal. Een goede structuur is namelijk voor elk stuk tekst belangrijk, of het nu om een wetenschappelijk artikel of een blogpost gaat!”

 

 

Een reactie plaatsen